<

MIBG-therapie bij Neuroblastoom

Voorkomen van tekort aan bloedplaatjes veroorzaakt door MIBG-therapie bij Neuroblastoom

Het neuroblastoom is een tumor die uitgaat van het onwillekeurige zenuwstelsel (ook wel sympathische zenuwstelsel genoemd). Dit zenuwstelsel bestaat uit een langs de wervelkolom gelegen sympathische grenssteng en de in de buik gelegen bijnieren. Als gevolg van een ontwikkelingsfout tijdens het aanleggen van het sympathische zenuwstelsel kunnen neuroblastomen ontstaan. Overal in het sympathische zenuwstelsel kunnen deze tumoren ontstaan. De meeste tumoren vinden hun oorsprong echter in de bijnier.

Hoog risico neuroblastoom is een zeer agressieve vorm van kinderkanker waarbij tijdens de diagnose tumoruitzaaiingen worden gevonden, bijvoorbeeld in der botten en het beenmerg, en soms wordt er verhoogde activiteit van groei-genen vastgesteld die kankercellen extra actief en agressief maakt.

Microscopische opname van een typisch Neuroblastoom met rosette formatie.
Bron: Wikipedia.org

Wereldwijd krijgen ongeveer 10 op de 1.000.000 kinderen een neuroblastoom. Dat zijn 25-30 kinderen per jaar in Nederland. De helft van deze kinderen heeft hoog risico ziekte met een daarbij behorende zeer matige overleving; slechts 30 tot 40% leeft na 5 jaar nog.

De prognose van hoog risico neuroblastoom is zeer slecht ondanks zeer uitgebreide combinatie van agressieve therapieën, waaronder chemotherapie, chirurgie, radiotherapie, immuno-therapie en MIBG-therapie.

MIBG-therapie is een bijzondere vorm van inwendige bestralingstherapie. Hierbij wordt radioactief jodium gekoppeld aan de stof MIBG. MIBG wordt specifiek opgenomen door de tumorcellen, waardoor de tumorcellen van binnenuit worden bestraald en doodgaan. Een ongewenste bijwerking van deze therapie is echter de verminderde aanmaak van bloedplaatjes waardoor de bloedstolling ernstig kan worden gestoord. Om het risico op gevaarlijke bloedingen te beperken zijn dan bloedplaatjes-transfusies, langere opnameduur in het ziekenhuis, en een (tijdelijke) onderbreking van het behandelschema nodig. De reden waarom juist bloedplaatjes gevoelig zijn voor MIBG-therapie is nog niet bekend.

Naar het bloedplaatjestekort door de MIBG-therapie gaat een onderzoeksteam, dat onder leiding staat van Dr. Lieve Tytgat binnen het Prinses Máxima Centrum voor Kinderoncologie, nader onderzoek doen.

Eerder laboratoriumonderzoek heeft aangetoond dat bloedplaatjes in staat zijn om MIBG op te nemen via de zogenaamde serotonine transporter ‘SERT’ en dat de MIBG-opname in bloedplaatjes kan worden gereduceerd door gelijktijdige toediening van Selectieve Serotonine Reuptake Inhibitors (SSRI’s). SSRI’s zijn medicijnen die bekend zijn bij de behandeling van depressieve stoornissen. Om het onderzoek te kunnen voltooien dient de opname van MIBG in gekweekte megakaryocyten – de moedercellen waaruit bloedplaatjes ontstaan – zowel met als zonder toediening van SSRI’s te worden onderzocht.

Het onderzoek zal bij voldoende financiering van start gaan.