<

Lopende onderzoeksprojecten

Hieronder vindt u een aantal van de lopende onderzoeken die momenteel plaats vinden met door het ZZF en sponsoren gefinancierde bijdrages. Niet alle lopende onderzoeken kunnen we hier plaatsen. Heeft u een specifieke vraag, schroom niet om ons te bellen of mailen.

Meningitis

Babylevens redden door snellere diagnose van de levensbedreigende infectieziekte Meningitis

Meningitis of hersenvliesontsteking is een acute, levensbedreigende ontsteking van de beschermende membranen rondom de hersenen en het ruggenmerg, de zogeheten hersenvliezen.

Aangezien de ontsteking zich dicht bij de hersenen en het ruggenmerg bevindt, wordt de aandoening beschouwd als een medisch spoedgeval.

De ziekte wordt veroorzaakt door infectie met virussen, bacteriën of andere micro-organismen. Bacteriële meningitis is een ernstige ziekte die blijvende beschadiging van de hersenen of zenuwen kan veroorzaken.

De ontsteking ontstaat in de vochtruimte tussen het spinragvlies en de hersenen. Daar bevindt zich het hersenvocht. Bij een meningitis zijn dit vlies en het hersenvocht ontstoken. De diagnose wordt gesteld door een ruggenprik, waarbij dit hersenvocht afgetapt en onderzocht.

Soms treedt beschadiging van omliggende structuren zo snel op (binnen 12 uur) dat het leven van de patiënt al niet meer te redden is op het moment dat de diagnose wordt gesteld.

 Hoe eerder de ziekte wordt herkend hoe beter de prognose. Meningitis komt bij vroeggeboren kinderen (couveusekinderen) tientallen keren per jaar voor. Helaas is vroege herkenning vooral bij deze groep lastig. Vaak is het kind in de acute fase te ziek en te instabiel voor de ruggenprik. Dit gecombineerd met het ontbreken van specifieke symptomen, geven een verhoogd risico op restverschijnselen van de ziekte zoals doofheid, epilepsie, slechtziendheid, problemen in de motorische ontwikkeling of ernstige neurologische schade. In het ergste geval kan het ontbreken van de vroegtijdige diagnose leiden tot overlijden.

Door een snellere diagnose kunnen dus babylevens worden gered. De onderzoeksgroep, die onder leiding staat van kinderarts dr. Tim de Meij, heeft bij voorgaande onderzoeken aangetoond dat analyse van geurmonsters afkomstig van ontlasting en gemeten door een ‘eNose’ geschikt is voor het opsporen van verschillende ziekten bij te vroeg geboren kinderen, zoals bij Necrotiserende enterocolitis (NEC).

De hypothese van dit onderzoek is dat het met behulp van een eNose ook mogelijk is om bij couveusekinderen Meningitis vroegtijdig te ontdekken, wat tot op heden nog niet mogelijk is. Vroege herkenning bij deze kwetsbare groep zal leiden tot een lager sterfgetal en minder invaliderende restverschijnselen.

Sarcomen
Stichting Zeldzame Ziekten Fonds steunt onderzoek van het Radboudumc Nijmegen naar betere behandelmogelijkheden voor sarcomen.

Sarcomen zijn kwaadaardige tumoren uitgaande van bot, bind- of steunweefsel. Het gaat om zeer zeldzame tumoren, waarbij een deel van de patiënten al bij diagnose niet meer te genezen is en uiteindelijk ongeveer de helft van de patiënten te maken krijgt met uitzaaiingen. De behandeling bestaat dan uit chemotherapie, welke helaas nog te weinig effectief is waardoor de levensverwachting dan kort is.

Er is dus onderzoek nodig om de behandeling voor patiënten met een uitgezaaid sarcoom te verbeteren. Dat onderzoek is moeilijk doordat sarcomen zeldzaam zijn, het een verzamelnaam is voor vele subsoorten, er expertise nodig is en het moeilijk is om geld te werven voor onderzoek. Gelukkig helpt Stichting ZZF nu met dit laatste. Het Radboudumc beschikt over de expertise en een verzameling sarcoommateriaal om nu onderzoek te gaan doen naar heel doelgerichte therapie tegen sarcomen. Waar chemotherapie te vergelijken is met “een hagelschot” is doelgerichte therapie “op scherp schieten”.

Anoniem – en met toestemming – verzameld restmateriaal van sarcomen die in het verleden bij patiënten zijn weg geopereerd zal worden onderzocht om te kijken welke typische kenmerken de kankercellen hebben. Als zo’n typisch kenmerk bekend is uit een andere kankersoort (bijv. darmkanker of melanoom) en in die kankersoort effectief bestreden kan worden met een “doelgerichte therapie” tegen dit kenmerk gaan we dit middel vervolgens testen in het laboratorium op sarcoomcellen in kweek. Wanneer een middel veelbelovend blijkt gaan we verder testen in proefdieren. Dit zijn muizen. Uiteraard zijn we daar heel zorgvuldig in; alleen als het per se nodig is wordt met maximale zorg voor het welzijn van proefdieren deze methode zo minimaal mogelijk toegepast. Het is alleen op dit moment echt nog een vereiste om zo ver te komen dat middelen uiteindelijk bij patiënten getest mogen worden.

Het onderzoek dat door Stichting ZZF gefinancierd wordt is een aanvulling op een groot ‘jongeren met sarcomen’ project. Deze aanvulling zal worden gebruikt om onder andere te kijken naar een doelwit dat “mTOR” wordt genoemd in combinatie met een epigenetische modulator. Of iemand kanker ontwikkelt is niet alleen een kwestie van erfelijke aanleg, maar ook van zogenaamde epigenetische processen die bepalen of een gen “aan” of “uit” staat. Een epigenetische modulator grijpt in op deze processen. Er is nog nauwelijks ervaring met epigenetische modulatoren bij sarcomen.

PKAN 
PKAN (Pantothenate Kinase-Associated Neurodegeneration) is een erfelijke aandoening die valt onder een groep van zeldzame aandoeningen die gekenmerkt worden door ijzerstapeling in de hersenen, Neurodegeneration with Brain Iron Accumulation (NBIA). PKAN is de meest voorkomende vorm van NBIA.
PKAN openbaart zich meestal op zeer jonge leeftijd. Er is op dit moment geen enkele behandeling beschikbaar voor deze ernstige ziekte. Patiënten, met de ‘klassieke’ en meest ernstige vorm van PKAN worden meestal niet ouder dan circa 15 jaar.
De ziekte openbaart zich in de eerste tien levensjaren, waarbij het gemiddelde rond de 3,5 jaar ligt. De eerste symptomen zijn daarbij onhandigheid, waarbij later meer merkbare problemen met lopen en achterstand in de ontwikkeling zichtbaar worden.
De meeste patiënten met het klassieke PKAN verliezen tussen hun 10e en 15e levensjaar het vermogen om onafhankelijk te bewegen, waardoor ze uiteindelijk in een rolstoel belanden. Eveneens krijgen de meeste patiënten rond deze leeftijd meer problemen met kauwen en slikken, waardoor ze sondevoeding nodig hebben.
Kinderen met PKAN lijden – in het gevorderde stadium van de ziekte – continu pijn én hun lichaam bevindt zich constant in een volledige verkramping. De spierspanning die deze verkramping veroorzaakt is zó krachtig, dat het regelmatig voorkomt dat bij kinderen – zonder dat zij vallen of stoten – de botten in hun eigen armen en benen breken. De kinderen zijn rusteloos, vertonen spierkramp en Parkinson-achtige verschijnselen. Veelal verliezen zij het vermogen om te kunnen lopen, te kunnen praten, te kunnen slikken en te kunnen zien. Dit alles terwijl zij zich hiervan volledig bewust zijn, want het verstandelijk vermogen van kinderen die lijden aan PKAN wordt niet aangetast. De ziekte is zwaar belastend voor patiënten en hun verzorgers, progressief en resulteert uiteindelijk in het overlijden van de patiënt op jonge leeftijd. Op dit moment wordt hard gewerkt aan een behandeling hiervoor.

Necrotiserende Enterocolitis (NEC)
Necrotiserende Enterocolitis (NEC) is een dodelijke darmziekte, die jaarlijks ongeveer 150 te vroeg geboren couveusekinderen treft. Deze zeldzame ziekte veroorzaakt een verminderde doorbloeding van de darm, waardoor delen van de darm afsterven. Soms is een klein stukje darm aangedaan, maar vaak betreft het een veel groter deel. Hoe korter de zwangerschapsduur hoe groter het risico op NEC. Bij de allerkleinsten is het risico op NEC één op de tien en doodsoorzaak nummer een. Het sterftecijfer is hoog omdat er tot dusverre geen test voorhanden was om de ziekte al in een vroeg stadium te herkennen. Tot 30% van de kinderen overlijdt en de kinderen die het overleven ondervinden vaak levenslang complicaties, zoals een ernstige ontwikkelingsachterstand. Van de 128 kinderen in een recente studie ontwikkelden er 13 NEC, waarvan 7 zijn overleden binnen 24 uur na het stellen van de diagnose. Dit illustreert de urgentie voor de ontwikkeling van een nieuwe techniek om NEC op te sporen. Vroege herkenning geeft ons de kans op snellere behandeling van deze zeldzame ziekte, waarmee het sterftecijfer omlaag zal worden gebracht.

De eNose als diagnosemiddel
Vanwege de veelbelovende resultaten van eerder onderzoek wil kinderarts T. de Meij een vervolgstudie op meerdere couveuseafdelingen in Nederland uitvoeren. Het doel is om de geurprofielen van ontlasting van alle couveusekinderen die NEC krijgen te analyseren. Op basis hiervan kunnen we een getrainde neus voor NEC ontwikkelen. Wij denken dat de elektronische neus een relatief eenvoudige en goedkope methode is met veel potentie. Hoe sneller we de diagnose kunnen stellen, hoe meer babylevens kunnen worden gered.
De eerdere studie heeft aangetoond dat baby’s die NEC ontwikkelen een andere samenstelling van de darmflora hebben, al enkele dagen voordat de aandoening ontstaat. Dit biedt perspectief voor de preventie van NEC. In het vervolgonderzoek zal de NEC darmflora nauwkeurig in kaart worden gebracht en op basis daarvan kunnen de effecten van vroege manipulatie worden bepaald.
Aangezien het in deze fase erg lastig is financiering te verkrijgen, hebben de onderzoekers het Zeldzame Ziekten Fonds om hulp gevraagd. Op basis van de resultaten zijn de onderzoekers zeer ambitieus en enthousiast om de studie uit te rollen. Zo kunnen we deze ingrijpende aandoening in de toekomst sneller herkennen en manipuleren en het sterftecijfer terugbrengen.

Sanfilippo
Sanfilippo is een zeer progressieve en dodelijke stofwisselingsziekte. Bij de geboorte zijn er nog geen symptomen, maar vanaf tweejarige leeftijd gaan de mentale functies van kinderen achteruit en krijgen ze gedragsstoornissen. De meesten zijn al voor hun elfde levensjaar volledig rolstoelafhankelijk en gedementeerd en de kans is groot dat ze binnen enkele jaren zullen overlijden. Op dit moment is er nog geen effectieve behandeling voor Sanfilippo. Wel worden er vorderingen gemaakt door wetenschappelijk onderzoek, mede dankzij de inzet van het ZZF.

Syndroom van Leigh
Kinderen met een energiestofwisselingsziekte worden geboren met een batterij die half leeg is en die sneller leegloopt dan de batterij van gezonde kinderen. De helft van hen overlijdt voor de tiende verjaardag en alle andere hebben ernstige handicaps! Het onderzoek moet een behandeling voor deze ernstige zeldzame ziekte ontwikkelen.

OI
Brittle Bones/OI is een aangeboren aandoening van het bindweefsel. Door een kleine aanleiding (zoals een plotselinge beweging) kan al een botbreuk ontstaan. Naast botbreuken kunnen ook andere verschijnselen voorkomen, zoals achterblijven in de groei, blauw oogwit, doofheid en scoliose. Het doel is om een nieuwe behandeling voor OI te komen, gericht op het onderliggende genetische defect. Het merendeel van de mensen met OI heeft een mutatie in een bepaald gen. Dit gen zorgt voor de aanmaak van het eiwit collageen Type 1 dat vooral in botten, pezen en ligamenten voorkomt. In mensen met ernstige OI wordt afwijkend collageen type I geproduceerd door de botvormende cellen. Dit leidt tot een afwijkende botstructuur en vele botbreuken. Het plan is om het defecte gen uit te schakelen middels een nieuwe technologie die gebaseerd is op enzymen. Een gen heeft altijd twee kopieën. Het niet-gemuteerde gen zal vervolgens normaal collageen type I kunnen produceren, niet gehinderd door het gemuteerde gen.

Epidermolysis Bullosa (EB)
Epidermolysis Bullosa is een dodelijke aandoening die de huid zo kwetsbaar maakt als de vleugels van een vlinder. De ziekte begint met een defect gen en heeft als gevolg dat de opperhuid en het ondergelegen vlees niet goed hechten. Bij gezonde mensen ontstaan blaren alleen na langdurige wrijving op de huid, zoals na een wandeltocht. Maar kinderen met Epidermolysis Bullosa krijgen al blaren bij licht contact. Buiten spelen, kleding dragen en zelfs knuffelen met vader of moeder: alles is de huid teveel. Verder zijn vaak ook de slijmvliezen en slokdarm aangedaan en kunnen er zelfs wonden in de ogen ontstaan.

Trouw.nl artikel over Epidermolysis Bullosa (EB)

AD.nl artikel over Epidermolysis Bullosa (EB)

Marshall-Smith Syndroom
Het Marshall-Smith Syndroom is een genetische afwijking die nog niet te behandelen valt. Het Marshall-Smith Syndroom is bovendien zo zeldzaam dat het slechts enkele kinderen in Nederland treft. Kinderen met deze ziekte zijn direct herkenbaar vanwege ongewone gezichtskenmerken als ondiepe oogkassen, een ingevallen neusbrug en blauwachtig oogwit. Ook ondervinden problemen zij met groei en voeding, ademhaling en hebben zij een verstandelijke en motorische ontwikkelingsachterstand. Zij hebben bovendien een lage levensverwachting. Het Marshall-Smith Syndroom is een aangeboren afwijking.